Jichoed

Uit: Ruiter in de wolken


    Op een dag valt het verleden van je af.
    Je bent aangekomen in het hier en nu: jichoed met         
    Alles, allen en dus ook met jezelf.
    Moge die dag komen tijdens je leven.

 

De joodse religie vertelt ons dat God één is: uniek, alomvattend en aldoordringend; de bron van al het bestaande, datgene waardoor alles in stand blijft en het eindpunt waarin alles en allen weer herenigd zullen zijn. Nu eens het ene, dan weer het andere aspect van het joodse monotheïsme wordt benadrukt in verschillende tijdperken, door verschillende auteurs. Daardoor is jodendom een complexe vorm van monotheïsme. Het is geen pantheïsme, dat zegt: alles is God. Het is geen absoluut monisme, dat zegt: uiteindelijk of in wezen is alles één en hetzelfde.

 

Integendeel: het onderscheid tussen God en mens, tussen Joden en de volkeren, tussen het leven hier en nu en olam haba (de komende wereld na de dood of aan het einde der tijden) wordt voortdurend benadrukt. Monotheïstisch dualisme zou je het gangbare religieuze jodendom daarom wel kunnen noemen: één God (en niet talloos vele goden, of helemaal geen God of een eindig aantal), maar wel met een scherp onderscheid tussen het goddelijke en het menselijke, waarin voor god-mensen of mens-goden geen plaats is. Een scherp onderscheid ook tussen wat ‘kadosj’ (‘heilig’, aan God gewijd, apart gezet in tijd en/of ruimte) is en wat alledaags is. Het joodse volk is geroepen een am kadosj te zijn: een apart volk, met een aparte, speciale opdracht, een teken van ‘het andere’ in een alledaagse wereld. Maar noch dat volk noch zijn hoogste representanten kunnen of konden ooit volledig voldoen aan die roeping. Tweespalt, fouten en gebreken, tekortkomingen, het zijn allemaal uitingen van tegenstrijdigheden, dualiteiten.

 

Het dualistische besef: goed en kwaad; heilig en niet-heilig; sjabbat en de de andere dagen; feestdagen en werkdagen; kosjer en niet-kosjer; wij en zij, God en wereld, etcetera, is alom aantoonbaar in het jodendom. Voor een deel was dit dualisme samen met het monotheïsme van oudsher aanwezig, voor een deel werd het versterkt door Perzische invloed in latere tijden.

 

Kabbalisten (joodse mystici) van de middeleeuwen en de Renaissance hebben de spanning tussen het strenge monotheïsme en het eveneens zo belangrijke dualisme in het jodendom enigszins verzacht door van een emanatieleer uit te gaan (de geleidelijke uitstroming van het Ene, absolute goddelijke via hogere werelden tot op het ervarings- en bewustzijnsniveau van de mens en daaronder) en door op een veelheid van voor ons ervaarbare goddelijke aspecten te wijzen, die twee aan twee vaak een dualiteit vormen. Bij voorbeeld: goddelijke gestrengheid versus onvoorwaardelijke liefde.

 

De polariteiten, de pluriformiteit of de dualiteiten waarin wij het goddelijke ervaren, hebben meer te maken met ons bewustzijn dan met de laatste en diepste realiteit, zeggen de psychologiserende neo-kabbalisten.
Voor de klassieke kabbalisten is de veelheid en gedifferentieerdheid waarin zowel de waarneembare wereld als de bovenmenselijke, geestelijke realiteit zich aan ons voordoet een gevolg van de Schepping en de verdrijving van de mens uit ‘Gan Eden’, de paradijselijke voor-bewuste toestand. Pas aan het einde der tijden, als het joodse volk, met behulp van goddelijke kracht, zijn opdracht zal hebben volbracht, zal God waarlijk één zijn. Tikkoen olam: het herstel van harmonie en eenheid, is iets waarvoor de nu nog gescheiden werelden moeten samenwerken in de laatste realisering van het in de verre Oudheid gesloten Verbond.

 

In de huidige tijd wordt, mede onder invloed van Aziatische wijsheidsstromingen, bij tikkoen olam niet meer alleen gedacht aan sociale, economische en politieke, rechtvaardigheid voor allen, aan universele sjalom (samenwerking, harmonie en vrede), maar vaak ook primair aan het herstel van eenheid en harmonie binnen de individuele menselijke zielen.

 

Om de discrepantie, de gapende afgrond tussen God en mens te illustreren, een alledaags voorbeeld. De zon, de middelgrote ster die het centrum is van ons planetenstel en de levensbron van de aarde, is een voor ons bijna onvoorstelbaar grote eenheid van gigantische kernfusies en kernexplosies. Op een aangename zomerdag, zeg bij 22 graden en een verkoelende zachte wind, zeggen Nederlanders echter graag dat zij lekker ‘in het zonnetje’ zitten, alsof de immense processen die tezamen onze zon vormen een gezellige, voor de hand liggende kleinigheid zouden zijn.

 

De zon is overigens slechts ‘een’ ster met een planetenstelsel in ons Melkwegstelsel, en ons Melkwegstelsel is er slechts één onder tientallen miljoenen clusters van Melkwegstelsels, die met grote snelheden en volgens voor ons ingewikkelde patronen zich door de ruimte van het Universum bewegen. Net zoals wij er blijk van geven in ons alledaagse taalgebruik die complexiteit, die omvang, die ons voorstellingsvermogen ver te boven gaande afmetingen en wetmatigheden van het materiële Universum niet te bevatten, blijkt uit ons religieuze spraakgebruik vaak dat wij een wel zeer op menselijke schaal gedachte, zeer ‘antropomorfe’ voorstelling hebben van de bovenmenselijke, zuiver geestelijke realiteit. Wie astronomie heeft gestudeerd, kan bij tijd en wijle de astronomische werkelijkheid wat beter bevatten dan de doorsnee-mens, al zullen ook astronomen in het dagelijks leven niet altijd volgens hun ter zake kundige inzichten praten en denken. Voor degenen die submicroscopische wereld hebben bestudeeerd, de wereld van de voor ons onvoorstelbare kleine deeltjes met hun van de onze afwijkende wetmatigheden , waar de kwantumfysica over spreekt, geldt iets analoogs. De meeste religieuze uitspraken of anti-religieus bedoelde kritiek die wij in het dagelijks leven tegenkomen, bevinden zich op hetzelfde niveau van irrelevantie en onbegrip als het in het ‘zonnetje’ zitten van de zonnebadende medemens. De spiritueel wat meer geoefenden die met behulp van metaforen, psychologische inzichten e.d. de geestelijke werkelijkheid iets meer en iets beter proberen te benaderen, staan voor hetzelfde probleem als hun academische soortgenoten in astronomie of kwantumfysica: hoe vertaal je, enigszins betrouwbaar en zondernieuwe misverstanden te creëren, de geestelijke werkelijkheid voor in dit opzicht ‘ongeschoolden’?

 

Verantwoording  -  Copyright
Webdevelopment: Silicium interactief