Curiosa

Volletjes - Een herinnering van Henrita H. Haenen
Henrita N. Haenen en Andreas Burnier

Enkele jaren geleden kwam ik via via in contact met een vrouw die jarenlang op de universiteitsbibliotheek had gewerkt en na haar pensioen in eigen beheer kleine publicaties het licht deed zien. Een van die publicaties was Volletjes. Op de voorkant prijkt een portret van Andreas en in het boekje beschrijft Haenen in een klein aantal pagina’s een herinnering aan Andreas uit 1965. Zij leerde Andreas kennen via een contactadvertentie die Andreas als Ronnie Dessaur had geplaatst. Er volgde een briefwisseling, telefoontjes en tenslotte een ontmoeting. In Volletjes wordt dit allemaal op humoristische wijze verwoord.

Ik bezocht Haenen in haar kleine huis dat was volgestouwd met boeken en zij gaf me behalve Volletjes nog meer van haar publicaties. Recent ontving ik bericht van haar overlijden en in overleg met de Erven mogen we op de website de tekst van Volletjes publiceren. Helaas zijn de brieven niet meer terug te vinden.
Dit soort curiosa biedt een bijzondere blik op het leven van Andreas maar ook op een eigenzinnig iemand als Haenen die haar leven buiten de publiciteit leidde, maar wel werd gezien door een enkeling. O.a. door Sylvia Witteman die in de Volkskrant van 14 juli 2020 een mooie column aan haar (mevrouw H.) wijdde. Zij correspondeerde jaren met Haenen over curieuze literatuur en bezocht haar uiteindelijk in het hospice drie weken voor haar dood. In de gesprekken die zij met haar had bleek zij net zo eloquent en geestig te zijn als in haar brieven. Witteman had spijt dat zij dat niet zeventien jaar eerder had gedaan.
Een bijzonder bibliotheekmens is heengegaan maar zij heeft ons de herinnering aan haar en Volletjes nagelaten.

(Daniel van Mourik. Met dank aan de Erven van Henrita N. Haenen)

lees meer...

Fragment uit Geheim dagboek van Hans Warren
Uit: Hans Warren, Geheim dagboek 1971-1972
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1991

In dit fragment beschrijft Hans Warren zijn bezoek aan de promotie van Andreas Burnier in Leiden in 1971.

2 juli. – Om tien uur vertrokken Mabel en ik naar Leiden om de promotie van Andreas Burnier bij te wonen. In Leiden vlug iets vies gegeten in een snackbar, een platenbon gekocht voor de promovenda, in de Hortus gewandeld. Om kwart voor twee de promotie. Zeer warm, eivol en nogal saai. Haar kinderen ontmoet die helpen bij de receptie, lang gepraat met Nagel die zei dat hij mijn werk zeer waardeert. Ongeveer zes uur thuis. ’s Avonds mijn nieuwe platen met Balische gamelanmuziek en boeddhistische muziek uit Tibet en Nepal nog beluisterd.

EEN VREEMDE DAG

Een vreemde dag
Naar Leiden, om
Catharina Irma Dessaur geluk te wensen.
Een briljante promotie,
de senaatskamer een oven
en het nadrukkelijke hora est
een meer dan gewone bevrijding
van tussen al die geschilderde ogen
en de foundations of theory-formation
in criminology.
Bij de sherry meer met W.H. Nagel
gesproken dan met Catharina Irma, en hij
meer over mij dan over iets anders, daarna
de lege glazen aan Churchill toevertrouwd
en over de bloedhete wegen
vol doodgereden katten, egels, postduiven
weer naar Zeeland
waar opeens in het avonduur
onder druiveranken bij een rood dwaallicht
een balische gamelan opbloeide,
uren lang klopzang, zwevende gongs,
geknepen stemmen, omvlochten door
snerpende fluiten.

Toch noch een nachtbezoek
aan de godin Nehalennia, tronend tussen
haar fruitmand en haar windhond
onder een blauwe, huivende hemel,
crustaceeën gegeten, besproeid met Steinwijn
in Veere, een tocht langs de zee,
vol eeuwig leven en onrust, en daarna, 
hoe kan het, in ben nog uren gelezen
in ‘Coming up for air’, 31 jaar oud,
een vreemde dag, 2 juli 1971
of eigenlijk al lang de derde.

24 januari 1972
Grappig adreswijzigingsgformulier van Andreas Burnier die 1 februari aanstaande van Oegstgeest naar Berg en Dal verhuist. Als beroep vulde zij in: sometime Muze.

Briefje aan Tineke
Deze brief is geschreven aan Tineke de Vries (latere naam Christine Hebert), vriendin van Andreas (toen Ronnie geheten, haar onderduiknaam). Tineke de Vries was in 1946 uit Indië uit het Jappenkamp gekomen en zat in de derde klas van het gymnasium naast Ronnie.

Gabriel is de naam die Emanuel Zeylmans van Emmichoven had gekregen bij het gezelschap Castrum Perigrini waar hij toen deel van uitmaakte.

lees meer...




Benoeming C.I. Dessaur tot hoogleraar criminologie aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen
In 1971 wordt C.I. Dessaur voorgedragen als hoogleraar Criminologie bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid te Nijmegen. Dit gaat niet zonder slag of stoot en deze twee documenten: een brief van Dessaur aan Jan Brabers die een proefschrift over de geschiedenis van de faculteit aan het schrijven is en de passages die terecht zijn gekomen in het proefschrift van Brabers, zijn hier opgenomen. Het zijn twee getuigenissen over een benoeming die niet zozeer om de niet-katholieke achtergrond van Dessaur gaat, ook niet over het feit dat zij vrouw is, maar wel over haar homoseksualiteit en haar schrijverschap.

De tijden veranderen. De Katholieke Universiteit heet sinds september 2004 Radbouduniversiteit en gaat er prat op dat zij een bovengemiddeld percentage vrouwelijke hoogleraren heeft vergeleken met ander universiteiten. In het nieuwe Academiegebouw van de Radboud Universiteit (het voormalige uit 1929 daterende jezuïetenstudiehuis Berchmanianum) is zelfs een vergaderzaal vernoemd naar Andreas Burnier/C.I. Dessaur. Er zijn elf van dergelijke zalen die onder andere zijn vernoemd naar Frans Kellendonk, Godfried Bomans, Pé Hawinkels. De zalen bevatten een grote wandtekening met een impressie van het portret van de naamgever, vergezeld van een korte biografische tekst.

lees meer...

Brief C.I.Dessaur aan Braber


lees meer...

Karikatuur Andreas Burnier op omslag De Groene Amsterdammer en reacties
Een verontwaardigde reactie op de karikatuur van Andreas Burnier, in de ingezonden brievenrubriek Grrr van de Groene Amsterdammer:

lees meer...

ARKTOS
In 1949 gaat Ronnie Dessaur studeren in Amsterdam en wordt lid van de AVSV, de Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereniging en het dispuut Arktos. Arktos (1917-1997) was in die tijd en ook later nog een onconventioneel dispuut. Het dispuut heeft een lange en vooral dwarse geschiedenis en wordt door Xandra Schutte (zelf Arkosiet) in een recensie over het boek Rebels binnen de regels. Het vrouwendispuut Arktos 1917-1997, in De Groene (26 februari 1997) omschreven als een gezelschap dames waarin intellectualiteit en losbandigheid, boeken en avontuur, diepzinnigheid en drank hand in hand gingen.
Geen wonder dat Ronnie zich aangetrokken voelde tot dit gezelschap van beschaafde en toch wilde dames. Maar zij is slechts kort lid geweest en de hierbij afgedrukte brief vertelt op nogal intellectualistische wijze wat haar ergerde. De werkelijkheid was echter een geheel andere en wordt beschreven in de biografie over Andreas Burnier (Elisabeth Lockhorn, Metselaar van de wereld):
‘Ronnie blijft niet lang lid van Arktos. Naar eigen zeggen omdat ze op een dag eerstejaars op de thee moest vragen en in paniek raakte omdat ze zich geen raad wist met dat ritueel. “Als lastige puber had ik mij niet verdiept in de ‘minderwaardige’ bezigheden van een huisvrouw, ik hield mij nooit met meisjesdingen bezig. Ik kon dus geen thee zetten en durfde niemand te vragen hoe dat moest. Toen heb ik dus mijn lidmaatschap opgezegd. Zo vreemd en gestoord was ik in die tijd.”’

De hierbij afgedrukte afbeeldingen (brief en tekeningen) komen uit het archief van Arktos dat is ondergebracht in Atria, Kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis te Amsterdam.

Brief Ronnie Dessaur

Brief Ronnie Dessaur aan A.R.K.T.O.S.

Amsterdam, 22 mei 1950

Beste René,

In tegenstelling tot de in de A.V.S.V en zeker ook in A.R.K.T.O.S. heersende opvatting dat een lid, en een eerstejaars lid in het bijzonder, een willig, liefst bij voortduring ter beschikking staand instrument dient te zijn, met de dure plicht de collectiviteit der mede-(dispuuts)leden binnen het verenigingsbestek zo goed mogelijk te dienen en naar buiten zo goed mogelijk te vertegenwoordigen, ben ik van mening dat er voor een mens – en dus zelfs voor een eerstejaars corpsstudent – geen groter en waardevoller bezit bestaat dan de vrijheid van handelen en van denken. Daar zij uiteraard niet bij machte zijn de tweede vorm van vrijheid te beknotten zijn de A.V.S.V en haar disputen in de gelegenheid zich met onverdeelde energie aan het beperken van de vrijheid van handelen te wijden. Dat zij in deze bezigheid doorgaans wonderwel plegen te slagen strekt sedert enige tijd zeer tot mijn ongerief en misnoegen, terwijl bovendien de hierboven geschetste controverse het mij  j.l. Vrijdag onmogelijk maakte, –  om redenen zowel van morele als formele aard – de Arktosieten te ontvangen.

In de overtuiging dat je het bovenstaande als ‘typisch en – eerstejaars geraaskal’ schielijk naar de prullenmand zult verwijzen, verblijf ik,

je afvallige vazal,

Ronnie

(Aantekening ontvanger:)

Neen hoor

                 bewaren!

Omslag Volletjes - Een herinnering van Henrita H. Haenen
Brief aan Tineke
Deze liefdevolle karikatuur van Andreas Burnier door Paul van der Steen verscheen op de voorpagina van De Groene Amsterdammer in 1997.
Reactie Etty Mulder op karikatuur
Reactie Paul van der Steen op Etty Mulder
Tekening van Nol van Dijk voor Andreas Burnier, naar aanleiding van het haar toegekende Ridderschap.
Karikatuur van Andreas Burnier in haar Boeddhistsche periode door Siegfried Woldhek
Tekening van Andreas Burnier
Tekening van Andreas Burnier
Verantwoording  -  Copyright  -  Privacy
Webdevelopment: Silicium interactief