Blog: Dwars - Rosanne Hertzberger

Mijn overovergrootmoeder Rosette Engeltje Hertzberger, had een zus Sara, die getrouwd was met ene Moses Nathan Polak, wiens tante Mietje Polak, de overovergrootmoeder was van Andreas Burnier.

Wij zijn dus familie. 

Nu zal ik, à la Burnier, maar beginnen met iets vervelends te zeggen. En dat is dat ik denk dat Joodse schrijvers die de oorlog overleefden eigenlijk altijd overschat worden. We luisteren beter naar overlevers, zeker zij die boeken schrijven over hun ervaringen of vredesactivist worden of gaan demonstreren tegen het een of andere onrecht. Denken wij dat ze zoveel wijzer zijn geworden, dat ze een lesje geleerd hebben? Holocaust overlevers zijn hele gewone mensen, soms slim, soms dom, soms ruimdenkend, soms racistisch, soms zijn ze aardig, soms zijn het klootzakken. De Nazi’s selecteerden nu eenmaal niet op ethisch besef, rechtvaardigheid, barmhartigheid, en ook niet op eloquentie of diepgang. 

Met Andreas Burnier is het tegenovergestelde aan de hand. Ik denk dat zij onderschat wordt, en wat er op de avond over Andreas Burnier in De Balie te Amsterdam, in de serie Grote Denkers, is besproken bevestigt dat vermoeden. Zij was de uitzondering op alle gebieden, haar levensverhaal is niet in één zin te vertellen. Je kan niet én dwarsdenker zijn, én trans, én kunstenaar, en romancier en lastpak, en polemist en wetenschapper tegelijkertijd, ergens houdt het op. Dan ben je te ingewikkeld om nog herinnerd te worden. Andreas Burnier is niet meer bekend, althans niet bij de mensen met wie ik omga. Ik kende haar zelf ook niet. Maar ik ben blij dat ik haar dankzij dit programma heb leren kennen. 

Zij is niet alleen mijn achter-achter-achternicht, zij is een geestverwant, een rolmodel, grootmoeder der dwarsdenkers. Toen ik in over haar leven las, haar werkwijze en haar gedachtegoed, raakte ik ontzettend geïnspireerd. In haar verhaal lees ik een aanmoediging, om me nog minder aan te trekken van mijn omgeving, me nog verder van de kudde los te scheuren, om werkelijk onafhankelijk te zijn en me tegelijkertijd overal tegenaan te bemoeien.

Zij schrijft: “Degenen die bij hun wetenschapsbeoefening behoefte aan meer ruimte en meer frisse lucht hebben dan de nu gangbare wetenschap toelaat, zouden niet moeten schromen die voor zichzelf te creëren.” Wat een voorbeeld. Ruimte creëren, voor jezelf, als vrouw, als denker, als intellectueel. In haar biografie meen ik ook te lezen dat zij heus op zoek was naar houvast, naar steun, naar gelijkgezinden, ook zij twijfelde, maar toch ging ze telkens weer door met vervelende dingen denken. En uiteindelijk is dat het enige wat telt, wat er uiteindelijk op papier komt.

En wat een vooruitziende blik. Haar felle kritiek op de nieuwe euthanasiewetgeving in de jaren 1980 leest als een tekst die nu vandaag op de opiniepagina’s kan verschijnen over de voorgestelde wetgeving rond hulp bij zelfdoding. Zij voorzag een glijdende schaal en zij kreeg gelijk. De euthanasie praktijk loopt in hoog tempo uit de hand. Wij verlenen euthanasie aan mensen met smetvrees, aan mensen met tinnitus (oorsuizen), wij geven euthanasie aan mensen die nog jarenlang zouden kunnen leven en wier pijn te behandelen is. 

Nu is de zaak niet gaan glijden op de schaal die zij voor ogen had. Ondraaglijk en uitzichtloos lijden is de glijdende schaal gebleken. Zij zag vooral het gebied van het vrijwillige verzoek als problematisch. Wat was immers vrijwillig als een patiënt omgeven werd door belanghebbenden, het ziekenhuis dat nieuwe bedden nodig had en familieleden die geld nodig hadden en genoeg hadden van de eindeloze reeks ziekenbezoeken. Bovendien konden kwaadwillenden euthanasie en abortus gebruiken binnen het sociaal-darwinisme, voor de eugenetica, binnen de uitwassen van de nationaal-socialistische geest. 

Die angst is, ook dertig jaar na de invoering, geen werkelijkheid geworden. Kuzu refereerde in de verkiezingsstrijd nog aan dit idee dat bij allochtone ouderen “de stekker er sneller zou worden uitgetrokken” en werd terecht weggehoond. Maar ik denk dat de vrijwilligheid van euthanasieverzoeken op een andere manier wel degelijk in het geding is. Het wordt steeds makkelijker om voor de dood te kiezen, zowel praktisch, juridisch, als sociaal gezien. En niet alleen makkelijker, ook gewoner. Het taboe gaat eraf. Je kent meer mensen om je heen die ervoor kiezen. Het wordt steeds makkelijker en steeds vroeger bespreekbaar. Het normaliseert. Huisartsenpraktijken zijn er op ingesteld. Mensen weten hoe het moet, ze weten hoe het gaat, het komt voor in films en boeken, iedereen kent wel iemand. Dat brengt de dag dichterbij dat je het zelf wilt. Zo werkt dat soort zaken. Ook ogenschijnlijk fundamentele hyper-persoonlijke individualistische zaken als het leven, de liefde, voortplanting en de dood zijn buitengewoon modegevoelig. Ze zijn onderhevig aan de invloeden van cultuur en tijdsgeest. Wat is dan nog vrijwillig? De vrije wil wordt voor een belangrijk deel vormgegeven binnen de kaders van wet en de farmaceutische praktijk. Heel veel ouderen weten nu nog niet, dat ze straks eigenlijk best dood willen als die dood elk moment, met een vingerknip op een schoteltje op het nachtkastje geserveerd kan worden.

Het grootste misverstand is dat hulp bij zelfmoord met vrijheid te maken heeft. Dat is niet waar. Het staat u nu vrij om te sterven wanneer u wilt. Het is alleen niet zo makkelijk. U moet bereid zijn tot grof geweld tegen u zelf, een gezond, ademend, metaboliserend, bewegend lichaam doen stoppen gaat niet op vredige wijze. U moet bereid zijn om u zelf uit te hongeren, om voor een trein te springen, uzelf op te knopen, maar niets staat u daarbij in de weg. Dit heeft niets met vrijheid te maken. Het heeft met de inrichting van de samenleving te maken. Ik ben er voorstander van om mensen uit hun lijden verlossen als ze lichamelijk doodziek zijn. Ik vind dat je een stervend lichaam sneller mag doen sterven, door te sederen en zelfs door spierverslappers toe te dienen. Maar sterven voor het gewone gezonde lichaam moet moeilijk blijven, die drempel die ons scheidt van de dood moet hoog blijven. Je mag willen wat je wilt, maar als samenleving moet je op een bepaald moment zeggen, daar werken wij niet aan mee.

Met de euthanasiewetgeving stapten wij op een glijdende schaal, en met de voorstellen van D66 dreigt de afglijding in een hogere versnelling te gaan De morele armoede bij die partij komt pas echt naar voren in de leeftijdsgrens die ze stelden: 75 jaar. Bij abortus had men in ieder geval nog het fatsoen om dat aan de levensvatbaarheid van de vrucht te koppelen, maar die grens is nu eigenlijk ook losgelaten nu we nog jongere kinderen buiten de baarmoeder in leven kunnen houden. Deze leeftijdsgrens is op niets gebaseerd, gewoon kwestie van natte vingerwerk met leven en dood. Ook de redenen die mensen nodig hebben om assistentie te krijgen bij hun zelfmoord zijn nogal schimmig. ‘Voltooid leven’. Alle andere redenen om dood te willen: eenzaamheid, angst, liefdesverdriet, je man een klootzak vinden, in het verkeerde lichaam geboren zijn is niet genoeg. 

Dit stukje wetgeving dames en heren, is gekunsteld en gevaarlijk. Het geeft blijk van een uitermate wankele moraal en willekeur, waarmee ik de doemscenario’s van Burnier niet eens zo heel ondenkbaar acht.

Toen Burnier haar ideeën over euthanasie opschreef, waren die zo tegendraads dat er een verklaring voor dat afwijkende gedrag moest worden gezocht. In interviews werd er telkens doorgevraagd of eventuele trauma’s uit de oorlog haar niet parten speelden. Ik vond dat pijnlijk en eigenlijk denigrerend. En je ziet het vaker als je werkelijk tegen de stroom in denkt: ze zeggen ofwel ‘het komt door je achtergrond’ ofwel, je doet het voor de aandacht. Mensen kunnen niet werkelijk geloven dat als je het op twee onderwerpen met ze eens bent, dat je het op het derde onderwerp met ze oneens kan zijn. 

Bij Burnier was dat wel het geval. Ultra-onafhankelijk, dat was zij. Ik voel me heel persoonlijk gesterkt als ik haar aanklacht tegen de “package deal” lees. Het idee dat je als denker niet akkoord hoeft te gaan met de zogeheten stroming waar je onder zou vallen. Of concreter: dat je als feminist niet hoeft staan te juichen bij abortuswetgeving. Dat je je als wetenschapper kunt beklagen over rationalisme. En dat je als iemand die telkens zelf op gebied van gender en seksualiteit de grenzen van de individuele vrijheid opzoekt, nog steeds faliekant tegen euthanasie kan zijn. 

Hou vol, zegt zij tegen mij. Schrijf door. Laat je niet afkappen. Laat je niet wegzetten. Laat je niet opslokken. Zet je telkens weer af, om je eigen pure lijn te volgen. Laat medisch-ethische kwesties niet over aan christen-fundamentalisten, laat kunst niet over aan de kunstenaars en laat ratio niet over aan de geleerden. Bemoei je met alles.

Terug naar het Nieuws & Blog overzicht

Verantwoording  -  Copyright  -  Privacy
Webdevelopment: Silicium interactief