In het zojuist verschenen boek van Alicja Gescinska, Vrouwen in duistere tijden.Tien denkers van blijvende betekenis (Bezige Bij, Amsterdam 2026), wijdt Gescinska een hoofdstuk aan het werk van Etty Hillesum. Jan Oegema schreef een uitgebreid literair essay over haar: Een apart soort moed. Etty Hillesum nu. (Uitgeverij Boom 2026). Zo blijft Etty Hillesum in de aandacht.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw wezen Andreas Burnier en met haar vele anderen al op de bijzondere betekenis van de dagboeken en brieven van Etty Hillesum.
De NPO zendt een serie uit over Etty Hillesum, ‘Etty’. De eerste aflevering was op zaterdag 6 juni en is terug te zien op NPO Start.
Een citaat van Etty Hillesum:
‘Als dit lijden niet tot een horizonverruiming leidt, tot een grotere menselijkheid, daartoe dat alle kleinheden en bijzaken van dit leven van je afvallen, dan is het voor niets geweest. […] Na deze oorlog zal er, behalve een stroom van humanisme, ook een stroom van haat over de wereld gaan. […] En toen wist ik het weer: ik zal te velde trekken tegen die haat. [… ] dat ieder van ons inkeert in zichzelf en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen.’
Dit schreef zij in 1942 in kamp Westerbork, maar haar teksten zijn nog steeds van een huiveringwekkende realiteit.